Vandaag was het dan zover. De nationale filevrije donderdag. Het zoveelste initiatief van de ANWB om files te bestrijden. Volgens de teller op de website stond dat er wel 93230 mensen meedoen. En toch stond er vanochtend 250 km file. Het is om treurig van te worden. De schuldvraag van de files wordt weer eens neergelegd bij de loonslaven. Want die stappen allemaal op dezelfde tijd in de auto en daarom zijn er files. Of zoals Sven Kockelmans het vanmorgen zei bij Goedemorgen Nederland: Allemaal om 9 uur achter het bureau zitten en om 5 uur weer naar de kapstok lopen. Ja, waarom doen medewerkers dat eigenlijk?
Eerdere inititiatieven tan aanzien van filebestrijding
Begin vorig jaar stuurde VNO NCW een brief aan staatssecretatis de Jager om een antifilebonus te introduceren. Het was de bedoeling om thuiswerkers fiscaal te bevoordelen. Na offshoring krijgen we nu homeshoring. Het voorstel betreft een deel van het loon belastingvrij te maken ter compensatie voor het gebruik van priveruimte om te werken. Thuiswerkers hebben een hogere arbeidsproductiviteit, thuiswerken is mileuvriendelijk en het is een mogelijkheid om een lastig te mobiliseren arbeidspotentieel , zoals hoogopgeleide moeders die werk en zorg willen combineren, op de arbeidsmarkt te krijgen. Thuiswerkers zien hun netto loon stijgen en werkgevers krijgen een hogere arbeidsproductiviteit, geen verschil in salariskosten en waarschijnlijk tevreden medewerkers. Iedereen wint, of niet?
Welke bezwaren kleven eraan thuiswerken?
1. Thuiswerkers zijn niet te controleren.
2. Thuiswerkers hebben er behoefte aan om hun collega’s te zien.
3. Thuiswerkers rijden toch in de spits om hun kinderen naar school te brengen.
Het eerste voorbeeld snijdt geen hout, want thuiswerkers hebben juist een hogere arbeidsproductiviteit en werken langer door. Juist omdat ze buiten het gezichtsveld van hun baas opereren willen ze niet de indruk wekken de kantjes ervan af te lopen.
Het tweede voorbeeld is ook een karikatuur. Als er al twee dagen per week kan worden thuisgewerkt is de drukte op de weg al aanzienlijk minder en kunnen medewerkers elkaar gewoon ontmoeten. Waarom dat elke dag zou moeten is waarschijnlijk meer ingesleten routine dan echte noodzaak.
Het laatste voorbeeld stond vorig jaar in de Intermediair en betreft de situatie in België. In dit onderzoek werd gesteld dat thuiswerken dus niet helpt tegen filebestijding…
Waar zit het echte probleem van de files?
Thuiswerken is natuurlijk al heel lang mogelijk. Een goede internetverbinding, een telefoon en je kunt aan de slag. Daarom denk ik dat VNO-NCW de plank mis slaat met haar voorstel. Het idee klinkt charmant, maar ik heb nog nooit gehoord dat medewerkers niet thuis willen werken. Het zijn altijd de werkgevers die dwars liggen. Daarnaast is er ook veel angst en onzekerheid. VNO-NCW zou eens met haar leden moeten gaan praten over de voordelen van thuiswerken en vooral wat dat betekent voor de relatie tussen de managers en de medewerkers. Daar zit namelijk het echte probleem. Geld is een afleidingsmanoeuvre. Dit soort ludieke acties van de ANWB is alleen leuk voor de bühne, maar ze benoemen het echte probleem niet.
Allerlei websites, kranten, congressen en tijdschriften schrijven over het verkeers- en arbeidsmarkt infact en iedereen is ziet de voordelen van thuiswerken. Er zijn al bedrijven die in het gat in de markt zijn gesprongen zoals bijvoorbeeld het bedrijf Moneypenny, die dienstverlening aanbiedt met thuiswerkers, genaamd Flexibele Assistenten. Waarom lukt het dan niet om dit voor elkaar te krijgen? Of is hier sprake van een innovatieparadox?
Het echte probleem schuilt bij de werkgevers met hun verschrikkelijke prikklok mentaliteit uit de tijd van Taylor en Fayol. Hoe gaat de rol van de manager veranderen als medewerkers ineens op afstand zitten? Hoe kan ik controle houden op het werk, hoe weet ik zeker dat mensen niet de kantjes ervan aflopen? Het controle denken zal plaats moeten maken voor het sturen op resultaat. Klinkt natuurlijk heel verstandig, maar de grootste angst is natuurlijk: Wat is mijn toegevoegde waarde als manager nog als ze thuiszitten?
Dit lijkt me een aardige vraag om eens over na te denken als Bernard Wientjes en Guido van Woerdekom weer eens aan tafel zitten.
