De verontwaardiging en het leedvermaak waren deze week weer duidelijk te merken. Journalisten interviewden burgers op straat over het bericht dat gemeentes en provincies geld kwijt dreigen te raken doordat ze voor een procentje meer miljoenen hadden geparkeerd in IJsland. Ik heb heel veel mensen hard zien lachen voor de camera. Lekker puh, stelletje prutsers. Hahahaha! De vraag die nu opdoemt is de volgende: Moet hier ook iemand voor zijn verontschuldigingen aanbieden? Gaan deze speculerende ambtenaren zich met een mea maxima culpa tot de burgers van hun stad wenden? Het antwoord is nee.
Gisteren hebben we van professor Flip de Kam geleerd dat het geld wat is verdampt in IJsland moet worden geschouwd als een ‘gift is van 1 miljard Euro’ aan IJsland. De afbetaling van de schulden is met zo’n kleine bevolking onbegonnen werk. Maar, in een Europa waar alles onder aanbestedings wet- en regelgeving valt, is er dan geen sprake van onzorgvuldigheid? Zou daar wellicht een ambtenaar op aan te spreken zijn? In het FinanciĆ«le Dagblad van 20 oktober trekt columnist Arko van Brakel van leer tegen het totale gebrek aan verantwoordelijkheidsbesef bij ambtenaren. Hij zet dit af tegen ondernemers, die dat in zijn ogen wel doen. Ronduit irritant vind hij de types strak die in het pak, zelfverzekerd in de camera kijken en dan hun straatje schoonvegen. Het ligt aan gebrekkig toezicht, Wouter Bos zei nog …., ja, maar we bleven binnen de grenzen van de wet. De oprechte spijtbetuiging zoals Arko die wenst zal voorlopig ook niet worden gehonoreerd. Zolang de ambtenarenstatus blijft bestaan is er gedeelde verantwoordelijkheid en wordt er gehandeld in het algemene belang. Zo hebben we het nu eenmaal afgesproken.