De magische term web 2.0. wordt te pas en te onpas gebruikt als we iets nieuws op het gebied van organisatie en ICT moet beschrijven. 2.0 beta is de officiële aanduiding van een verzameling slimme internet technieken die het leven van een computer gebruiker/kenniswerker kunnen vergemakkelijken. Denk aan het gebruik van social communities (LinkedIn, Plaxo, Facebook, Hyves), de blogosphere (in Nederland zijn er voorbeelden op zakelijk gebied zoals Managementsite.nl en op politiek/lifestyle gebied hebben we geenstijl.nl en vele anderen) en natuurlijk de opkomst van wikinomics (naar het boek van Don Tapscott) en crowdsourcing (naar het artikel van Jeff Howe in Wired).
Al dit hippe taalgebruik duidt dus op een nieuw soort medewerker. In de bedrijfsleven heeft inmiddels de werknemer 2.0 zijn intrede gedaan en de overheid kent de ambtenaar 2.0. De medewerkers 2.0 zijn prosumenten geworden (een samenvoeging van producent en consument). Het is kenmerkend dat deze medewerkers naast informatie halen ook informatie toevoegen. Ze treden dus buiten de grenzen van hun eigen organisatie. Maar, hoe zit het met de houdbaarheidsdatum van medewerker 2.0?
Het onderstaande profiel van de medewerker 2.0 heb ik onlangs gekregen van Koen Eising. Hij doet een onderzoek naar de medewerker 2.0. Als ik dit rijtje zo bekijk, dan concludeer ik voorzichtig dat we te maken hebben met hoogopgeleide professionals, waarschijnlijk werkzaam in de zakelijke dienstverlening.
Profiel van de medewerker 2.0
- Ruimte willen hebben voor ondernemerschap binnen de organisatie
- Drang naar output gestuurd managen en vertrouwen van management in het presteren
- Zoektocht naar waarden en een collectieve ambitie binnen een organisatie; dit is een primaire drijfveer.
- Technologisch sterk en niet snel ergens voor terug deinzend
- Parallel of multiprocessing is daily business
- Netwerken is part of the game, ook onder werktijd
- Beloning is per individu anders (bv. meer vakantiedagen, een cursus/seminar, of een MBA)
- Training maakt onderdeel uit van je baan. Zo niet, dan verslapt de interesse in het bedrijf.
- Hiërarchie is niet interessant en niet indrukwekkend. Alleen denkbaar bij bewezen expertise.
Synoniemen voor de medewerker 2.0 die ik ook wel eens tegenkom zijn intrapeneurs, entreployees of ZZP’ers. Als ik dit rijtje zo eens doorneem, dan vraag ik me af of deze mensen eigenlijk wel in loondienst (willen) werken. Naast de discussie of mijn waarneming juist is dat het alleen maar gaat om hoog- opgeleide professionals, ben ik geïnteresseerd of er ook een leeftijdsgrens zit aan de medewerker 2.0.
In mijn eigen adviespraktijk hoor ik regelmatig de volgende mythes
- Iedereen boven de 40 jaar heeft weinig op met internet, ze kunnen misschien net e-mailen.
- Alle studenten hebben kennis van de nieuwste technieken en kunnen hier ook mee werken.
- Medewerkers hebben het altijd druk, er is eigenlijk geen tijd voor het leren van nieuwe dingen.
In mijn waarneming zijn er mensen die direct na hun afstuderen met mentaal pensioen gaan. Ze vallen bij hun eerste baan al direct in een routine (sleur) en hebben geen behoefte meer aan bijscholing. Werk om te leven is hun motto!
De tweede mythe is dat alle studenten automatisch uitgerust zijn om met alle nieuwe ICT toe- passingen aan de slag te kunnen en dit ook direct in hun werk toepassen. Studenten hebben meestal wel een paar ICT toepassingen in hun opleiding zitten, maar in de praktijk kunnen ze vaak een net beetje surfen en weten ze Hyves te vinden, uitzonderingen daargelaten. Uit eigen ervaring weet ik dat ze allemaal mooie gadgets (Iphones, Smartphones, etc.) hebben, maar echte toepassingen gebruiken is toch duidelijk van een andere orde.Het maken van een keurig opgemaakt briefje in bijvoorbeeld MS Word wordt al lastig gevonden.
En tenslotte de mythe van permanente drukte. Vaak is het een excuus om niet buiten bestaande paden en patronen te treden. Angst om te falen of gewoon luiheid zijn de echte reden. Aan de andere kant heb ik ook al vele 40 plussers mogen ontmoeten die helemaal voldoen aan het profiel van de medewerker 2.0. Steeds bezig met nieuwe dingen, actief en niet de hele tijd bezig met het kijken op de klok of ze al weer naar huis mogen.
Mijn stelling over de beperkte houdbaarheidsdatum van de medewerker 2.0
Het draait allemaal om de heilige drie-eenheid tijd, prioriteit en affiniteit.
- Het echte profiel van de medewerker 2.0
- Maakt tijd om te leren.
- Geeft prioriteit aan (social) netwerken en efficiency en stuurt zichzelf op resultaten
- Heeft affiniteit met nieuwe ontwikkelingen en is intrinsiek leergierig en nieuwsgierig.
Wie van u herkent zich in het profiel van de medewerker 2.0?
Dit is een bewerking van een column die eerder is verschenen op Innovatief Organiseren