Het hype woord van 2008 is ongetwijfeld het woord community. We kennen ‘communities’ natuurlijk al lang, maar nu wordt het ook in professionele omgevingen serieus genomen. Op de pc begon het vroeger al met het programma ICQ, waarmee je met vrienden uit je netwerk online berichtjes kon sturen en ontvangen. Niet veel later werd dit natuurlijk allemaal verboden (ook een trend in 2008) door de IT managers bij bedrijven. Dit soort ‘spielerei’ leidt alleen maar af van het ‘echte werk’. Waarbij het natuurlijk opmerkelijk is dat de IT manager zich hier druk om maakt, maar dit terzijde. De opvolger van ICQ was MSN, wat onder de jeugd nog steeds een populair medium is. Ook hier zijn weer tegenbeweging. Zo bedacht Carola Eppink het programma MSNLock, wat tegenwoordig op de markt verkrijgbaar is onder de naam Benzoy (na een rechtzaak). Het programma is de oplossing tegen te veel chatten en internetten door kinderen. Zo lang je dit soort bewegingen waar neemt in de maatschappij kun je spreken van een fenomeen. Er zijn voor- en tegenstanders, maar het gaat niet meer weg.
Van prive naar zakelijk
Na de introductie van MSN werd er steeds verder ontwikkeld en kwamen de eerste sociale netwerken. Bepaalde sociale netwerken worden weer door specifieke doelgroepen gebruikt. Hyves is voornamelijk bedoeld voor pubers en LinkedIn, Plaxo en later Facebook richten zich meer op professionals (en zo vergeet ik nog 100 andere varianten). Vandaag kreeg ik een bijvoorbeeld eerste uitnodiging voor Naymz. In de geneeskunde noemen ze dit ‘me too’s’. Vele varianten van hetzelfde. En we zijn er maar druk mee. Wat interessant is hoe deze diensten aan de man worden gebracht. Een goed idee wordt eerst ‘gratis’ getest en ontwikkeld op een groep enthousiaste gebruikers. De gebruikers komen met allemaal wensen en goede ideeën en langzaam aan creëer je een behoefte en ontwikkel je een volwassen applicatie. Als je product redelijk is uitontwikkeld, dan ga je premium diensten (=betaald) aanbieden. Mooi businessmodel.
Hoe ontwikkel je een community?
Afgelopen jaar heb ik regelmatig gediscussieerd over de ontwikkeling van een interessant businessmodel voor online uitgevers. Je wilt graag dat je lezers/gebruikers graag weer terugkomen op je weblog/website en uiteindelijk wil je daar ook geld mee verdienen. In de marketing worden dan eerst doelgroepen geïdentificeerd. Die doelgroep wordt vervolgens gebombardeerd met reclame (de ‘schot hagel’ aanpak). Het zal vast wel werken, maar mij irriteert het heel erg. Als lezer/gebruiker haak je meteen af en komt nooit weer terug.
Wat werkt wel?
- Content is king (zorg voor een gestage stroom van nieuwe postings)
- Maak een soort programmagids voor je postings met vaste onderdelen per week
- Zorg dat je gevonden wordt op internet (laat je link/URL achter op verwante sites)
- Gebruik je sociale netwerken (blog syndicatie van het nieuws)
- Start een eigen community
Op 18 april 2008 ben ik op LinkedIn begonnen met een professional group voor het weblog Innovatief Organiseren.nl Het was een nieuwe mogelijkheid die ik maar ben gaan uitproberen. Ik heb wat mensen een linkje gestuurd om lid te worden. In het begin ging het heel langzaam. Af en toe eens een aanmelding. Nu 8 maanden later zijn er 335 leden. En elke dag komen er weer 1 of 2 aanmeldingen bij. De groei is klein, maar gestaag.
Wat is nu de crux om de community draaiend te houden?
- Probeer niet top down te sturen (de community stuurt zelf)
- Organiseer ‘meet and greets’ (een borrel/workshop/seminar)
- Zorg voor voldoende nieuwe informatie (boekbespreking/actualiteit/praktijk, etc.)
- Faciliteer de mogelijkheid om onderling te kunnen discussiëren
- Praat met je vrienden, kennissen, collega’s en zakenpartners over het netwerk
- Treed met de ideeën uit de community weer naar buiten (spreekbeurt/publicatie, etc.)
Dit is natuurlijk een rijtje met praktijkervaring, er wordt ook serieus onderzoek naar gedaan. Voor wie meer wil weten kan even kijken naar de serie op op Frankwatching;
Deel 1: Hoe start ik een online community?
Deel 2: Gebruikers en co-creatie bij online communities
Deel 3: Succesfactoren van een online community