Puyt Consultancy

De concurrentiegerichte dialoog

Het was gisteren een enerverend dagje. De dag begon met een interview door Ingrid Koenen van de Cobouw over de concurrentiegerichte dialoog. Als beginnend onderzoeker mocht ik met haar sparren over de inkoop- en aanbestedingspraktijk en mijn kijk op de concurrentiegerichte dialoog en de nieuwe aanbestedingswet geven. Dat heb ik naar beste eer en geweten gedaan. De bouwfraude, de vertrouwensparadox en het risicomijdende gedrag van de overheid passeerde de revue en we hebben het vooral gehad over de opkomst van allianties om dit te doorbreken. Aanstaande zaterdag zal het artikeltje waarschijnlijk verschijnen. Vanmiddag nog even gebeld met de redactie van Optiek. De column over de nieuwe aanbestedingswet, die ik heb geschreven met Edwin Martherus, staat ook klaar om afgedrukt te worden.

De concurrentiegerichte dialoog
Vanuit de projectmanagementpraktijk ben ik op het spoor gekomen van het onderwerp het thema professioneel opdrachtgeverschap. Een opdrachtgever is eindverantwoordelijk en geeft sturing. Ten minste, dat zou je denken. In de gangbare projectmanagement literatuur wordt een beeld geschetst waarin de projectmanager de actieve persoon is die dit allemaal zelf kan regelen. Betrokkenheid van een opdrachtgever is blijkbaar helemaal niet belangrijk. In mijn eigen ervaring is het cruciaal om permanent met elkaar te communiceren om tot een optimale samenwerking te komen. Dit leidt tot beter begrip en inzicht in elkaars belangen en drijfveren. Er wordt gewerkt aan wederzijds vertrouwen in elkaars kwaliteiten en competenties. Dit vermoeden wordt nu bevestigd, omdat men in de bouw- en aannemerij permanent bezig is met dit thema. Denk bijvoorbeeld aan het opdrachtgeversforum. Later kreeg ik te maken met de inkoop- en aanbestedingspraktijk, waarbij is parallellen zag met de projectmanagement praktijk. De relatie van de overheidsinkopers met hun interne organisatie is ijzig, leveranciers worden het liefste op afstand gehouden en kwaliteit wordt beoordeeld aan de hand van checklists, wegingsfactoren en heeft de laagste prijs de overhand. Er is dus helemaal geen sprake van vertrouwen. Dit beeld wordt versterkt in de media. Allemaal in naam van transparantie en mededinging. Mijn interesse voor de concurrentiegerichte dialoog werd gewekt, omdat juist bij deze procedure wel de mogelijkheid bestaat tot dialoog en het exploreren van elkaar kennis, kwaliteiten en competenties. Eindelijk weer terug naar de menselijke maat.

Onderzoek
Ervaringen van dialoogteams tot dusverre laten bepaalde tendensen zien: Aan de inhoudelijke voorbereiding ligt het niet; die is vaak goed tot zeer goed. Wel is er door alle regelgeving en ‘juridisering’ van het proces een toenemende onzekerheid en soms zelfs angst om ‘fouten’ te maken (bijvoorbeeld een verspreking of – nog erger – dingen doen die geïnterpreteerd kunnen worden als een conclusie of toezegging). Een open gesprek waarin men met elkaar de materie goed verkend zit er dan niet meer in. Van een echte dialoog komt aldus nog maar weinig terecht. Er ontstaan gemakkelijk stereotype negatieve beelden van elkaar. Men houdt vast aan eerder ingenomen posities en zoekt alleen nog maar bevestiging.

Vraagstelling
Wat zijn nu de succes- en faalfactoren bij bijzonder complexe aanbestedingen en wat is de invloed van de concurrentiegerichte dialoog als interventie. In de wetenschappelijke literatuur zijn over dit onderwerp nog geen publicaties te vinden. Zelfs evaluaties van projecten die de concurrentie gerichte dialoog hebben doorlopen zijn schaars. Wat hier nu precies de reden voor is wordt niet duidelijk. Ik krijg steeds meer het idee dat de inkoop- en aanbestedingspraktijk feitelijk een politiek proces is. Er wordt lippendienst bewezen aan transparantie. Is dit misschien weer de vertrouwensparadox die mij parten speelt?

Your email address will not be published. Required fields are marked *

*