Als ik naar een dokter ga, dan wil ik dat medische beslissingen worden genomen op basis van wetenschappelijk onderzoek. Niet op basis van een leuke anekdote, een ingeving of pure willekeur. Deze stelling klinkt als een enorme open deur (en dat ik het ook), maar gek genoeg gaat deze stelling niet op voor management. Met het verschijnsel management zitten we nog letterlijk in de middeleeuwen, waar de alchemisten nog steeds lood in goud willen veranderen. En met alchemisten bedoel ik manager, interim-manager, projectmanager, consultants en coaches. Een van de verklaringen waarom managers nog steeds beslissingen nemen op basis van anekdotisch bewijs of intuïtie, kan worden gevonden in het feit dat management nog steeds niet wordt gezien als een vak. Er ontbreekt een body of knowlegde and skills (een canon, zo u wilt). Iedereen met een fatsoenlijke opleiding kan manager worden. Dit in tegenstelling tot arts, rechter of ingenieur. Management wordt nog steeds behandeld als vaardigheid en als jij een beter verhaal kunt vertellen dan de ander, dan heb je een nieuwe baan gevonden.
Category Archives: Praktijkervaringen
Stille reserves
Vandaag ontving ik een brief van Ronald Plasterk, waarin ik werd aangesproken als stille reserve. Vroeger heb ik geleerd dat een stille reserve het verschil is tussen de werkelijke waarde en de boekwaarde, maar dat werd hier niet bedoeld. Stille reserves zijn personen die wel over een onderwijsbevoegdheid beschikken, maar nu niet in het onderwijs werkzaam zijn. Het ministerie wil graag weten hoe ze leraren kunnen behouden of opnieuw enthousiast maken voor een baan in het onderwijs. Nou , dat zal een aardig mailing zijn geweest, want ik kom vaak mensen tegen die wel een onderwijsbevoegdheid hebben, maar nooit meer in het onderwijs willen werken. Vooral de ICT- branche en organisatieadviesbureaus worden bevolkt door ex-leraren. Dit was een mooie gelegenheid om eens te kijken wat de minister nu wilde weten en of ik hier een zinnige bijdrage aan kan leveren.
Overheid geeft (ooit) antwoord
Binnen 6 weken heeft u antwoord. We schrijven 14 november 2008. Ik schreef ik een brief naar Antwoord voor Bedrijven omdat ik een tegen een praktijkprobleem was gelopen in het Hoger Onderwijs. Namelijk, volgens de Raad van State is in het reguliere hoger beroepsonderwijs is altijd sprake van een gezagsrelatie. Daarom kan een ondernemer met lesbevoegdheid en een rechtsgeldige VAR verklaring, niet worden ingehuurd voor reguliere onderwijsactiviteiten. Alleen als er een dienstverband wordt overeengekomen, dan is het mogelijk om tot betaling over te kunnen gaan. In alle andere vormen van het hoger beroepsonderwijs, is dit geen enkel probleem. Het leek mij een nogal curieuze en arbitraire manier van kabinetsbeleid interpretatie. Het is namelijk een geschil tussen de ministeries van Financiën en van Onderwijs. Het is inmiddels 18 maart 2009 en de voorlichter van Antwoord voor Bedrijven mailt mij, dat na 5 keer reclameren(!) beide ministeries nog steeds niet hebben gereageerd. Misschien zouden ze er een klant contact center voor moeten inrichten. Oh, wacht. Dat hebben ze al gedaan….
Kwaliteitsbewaking voor de HvA
Vanaf morgen ga ik voor een periode van een half jaar optreden als ‘externe assessor’ bij de Hogeschool van Amsterdam, faculteit Economie en Management. ik heb twee groepen toegewezen gekregen die ik morgen voor het eerst ontmoet. De ‘assessor’ is een persoon uit het bedrijfsleven die de stages van 3e jaars HEAO studenten inhoudelijk beoordeeld. De assessor wordt geacht kennis van zaken te hebben. De studenten maken aan het begin van hun praktijkstage een plan van aanpak. Hierin moeten ze beschrijven welke activiteiten ze van plan zijn te ondernemen ten welke ‘producten’ ze gaan opleveren aan het einde van de stage, zodat de stage ook goed kan worden beoordeeld. De basisbeginselen van projectmanagement worden hier geoefend. Bij het stagebedrijf hebben ze een interne begeleider voor de dagelijkse ondersteuning, vanuit de opleiding hebben ze een stagebegeleider (de navigator) die de doelstelling(en) van de praktijkstage borgt en tenslotte is er een externe assessor die inhoudelijk de plannen van aanpak aan het begin van de stage beoordeeld en aan het einde van de stage een assessmentgesprek heeft met de studenten over de eindresultaten uit de electonische portfolio. Als de student inhoudelijk en kwalitatief goed werk heeft geleverd, dan wordt hij toegelaten tot het examenjaar. Ik heb er nu al zin in.
Denken over publiek opdrachtgeverschap
Eind 2007 had ik een gesprek met prof. dr. mr. Steven ten Have over de problematiek van publiek opdrachtgeverschap in project en programma management binnen de overheid. Hij is deskundige op het gebied van strategie en verandering. Inmiddels weet ik dat het onderwerp te groot en te complex is om hier een theorie over te ontwikkelen. Daarom ben ik nu begonnen met het ontleden van het onderwerp. Begin bij het begin. Wat zijn nu de succesfactoren voor een project of een programma binnen een overheid?
Hogescholen gaan hogere eisen aan hun onderwijs stellen
Het nieuwe jaar is nog geen week oud en gisteren verscheen alweer het eerste rapport. Tijdens de nieuwjaarstoespraak maakte Doekele Terpstra als voorzitter van de HBO raad bekend dat Hogescholen hogere eisen gaan stellen aan de kwaliteit van hun onderwijs. Op zich al een curieuze formulering, maar goed. Hij presenteerde een green paper, naar een nieuwe verenigingsagenda over de dilemma’s en uitdagingen van het hoger onderwijs. Persoonlijk vind ik het een nogal omslachtig geschreven rapport met veel open deuren, terwijl de essentie volgens mij op 1 A4′tje is samen te vatten.
De VAR die niet bestaat
Leve de bureaucratie! Vorige week raakte ik in discussie over de geldigheid van mijn VAR wuo verklaring voor de activiteiten die ik voor een opdrachtgever verrichtte. Namelijk doceren in het hogere beroepsonderwijs. De omschrijving in mijn eerste VAR is breed geformuleerd, namelijk organisatie adviesdiensten. Helaas, dit wordt door de Belastingdienst niet geaccepteerd. Mijn ongenoegen heb ik hier al over geuit. Maar, wondere wereld. Je kunt gewoon nog een VAR verklaring aanvragen. Sinds afgelopen zaterdag ben ik de trotse eigenaar van een tweede VAR wuo verklaring met de volgende omschrijving: Onderwijs, begeleiding, coaching, supervisie en examinering in hoger beroeps- en academisch onderwijs in bedrijfskundige vakken / thema’s. Het schijnt dit type VAR niet bestaat. Hierbij dan een linkje naar een niet bestaande VAR
Ondernemen in het hoger onderwijs wordt ontmoedigd
Wat is waarheid? was de titel van het afscheidscollege van prof. dr. Miel Otto vorig jaar. Vandaag heb ik me die vraag ook een paar keer gesteld. Een tijdje geleden werd ik ingehuurd om een vak te geven op een hogeschool. Keurig vervat in een contract. Een maand geleden stuurde ik een 1e factuur en die blijkt niet te worden betaald. De reden: uw VAR verklaring is niet dekkend voor de werkzaamheden die u verricht. Nu verwonder ik me al jaren waar nu weer de paarse krokodil rondzwemt, maar dit was toch wel een nieuwe ervaring.
Waarom zeggen ambtenaren geen sorry?
De verontwaardiging en het leedvermaak waren deze week weer duidelijk te merken. Journalisten interviewden burgers op straat over het bericht dat gemeentes en provincies geld kwijt dreigen te raken doordat ze voor een procentje meer miljoenen hadden geparkeerd in IJsland. Ik heb heel veel mensen hard zien lachen voor de camera. Lekker puh, stelletje prutsers. Hahahaha! De vraag die nu opdoemt is de volgende: Moet hier ook iemand voor zijn verontschuldigingen aanbieden? Gaan deze speculerende ambtenaren zich met een mea maxima culpa tot de burgers van hun stad wenden? Het antwoord is nee.
Wanneer stopt minister Plasterk de kenniscrisis?
Minister Bos heeft afgelopen weekend goede zaken gedaan in Belgïe door voor een appel en een ei Fortis Bank Nederland en ABN AMRO terug te te kopen. Nu dit achter de rug is kunnen we ons richten op de volgende ramp die zich al tijden voltrekt in het hogere onderwijs. De kenniscrisis. Studeren is tegenwoordig een parttime activiteit en de titel van student is ook aan hyperinflatie onderhevig (studenten vindt je tegenwoordig al op de lagere school….). Leuk bedacht allemaal van de beleidsmakers om de kenniseconomie te willen ‘pimpen’ door tempo beurzen in te voeren en hogescholen te prikkelen om de slagingspercentages kunstmatig te verhogen. De gevolgen laten zich raden. Een gestage stroom van studenten op de arbeidsmarkt met diploma’s die niet hun werkelijke niveau aangeven. Kwaliteit lijkt van ondergeschikt belang. In de statistieken doen we het als Nederland Kennisland natuurlijk aardig. Maar, studenten zijn geen klanten en een onderwijsinstelling is niet een bedrijf. In de tijd van personeelschaarste is het toch van belang dat we de kenniswerkers de beste opleidingen geven? Minister Plasterk, wanneer houdt het zelfbedrog eens op en wordt de kenniscrisis een halt toegeroepen?

