De geestelijk vader van het Peter principle. dr. Laurence Peter, schreef in 1969 de internationale bestseller The Peter principle, why things always go wrong. Dit jaar viert het Peter principle zijn 40 jarig jubileum. In elke bureaucratie maken mensen promotie tot het niveau van hun eigen incompetentie. In zijn boek introduceerde Peter en passant ook nog een nieuwe niche in het managementvak, namelijk hiërarchologie. Nauw verwant aan het Peter principle is het Dilbert principle, dat er vanuit gaat dat imcompetente medewerkers juist worden gepromoveerd om te voorkomen dat ze nog meer schade aanrichten op de werkvloer. Scott Adams, de geestelijk vader van Dilbert, laat Dogbert in een strip het als volgt formuleren “leadership is nature’s way of removing morons from the productive flow.” In de Dilbert strips wordt deze incomptente figuur natuurlijk uitgebeeld door de Pointed Haired Boss (PHB). In het verlengde van het Peter principle ligt Parkinson Law, wat ik al eerder beschreef in de bijdrage over de wet op vermenigvuldiging van ondergeschikten. Vaak proberen mensen die op het niveau van hun eigen incompetentie zijn beland zich te omringen met assistenten en adviseurs om nog enig gevoel van control en regie uit te kunnen voeren. Vaak door verdeel en heers tactieken. Het succes van Peter principle is de herkenbaarheid. Iedereen kent voorbeelden van te hoog gepromoveerde mensen die eigenlijk boven hun eigen kunnen moeten werken. Na 40 jaar staat de observatie van Peter dus nog als een huis.
Tag Archives: sensemaking
Karl Weick: sensemaking of the organization

Vorig jaar sprak Jaap Peter op het congres van managementsite.nl in zijn inleiding over de immaterialiteit van organisaties. Je kunt ze niet vastpakken, of er aan ruiken. Ze bestaan alleen maar omdat we erover praten. Karl Weick (Spreek uit: Waajk) is een van de eerste mensen die opmerkte dat bepaalde fenomenen (zoals organisaties) bestaan doordat er over wordt gepraat. Hij noemt dit verschijnsel ‘Enactment’. Op blz 133 van zijn boek Sensemaking of the organization schreef hij de volgende toverformule “How can I know what I think until I see what I say?”. Ja, dat is lekker duidelijk. Klanten begrijpen ook meteen waarover je praat. Het lijkt wel alsof Weick het niet de moeite waard vind om zijn theorie af en toe te illustreren met wat praktische voorbeelden. Het heeft wel ook wel iets mysterieus en filosofisch.
Duidelijke taal!

Communiceren is zo dicht mogelijk langs elkaar heen praten. Binnen de zorg spreekt men tenminste in drie vaktalen; zorgtaal, financiële taal en indicatie taal. Maar, vaktaal in de verkeerde context leidt tot onbegrip. Als binnen de verstandelijke gehandicaptenzorg in een indicatie aanvraag het woord ‘werk’ wordt gebruikt, dan wordt de indicatievraag voor dagbesteding niet afgegeven, omdat ‘werk’ binnen de ‘indicatie taal’ geïnterpreteerd wordt als ‘werken in loondienst’ (de cliënt verwerft een eigen inkomen). Omgekeerd begrijpen zorgprofessionals niets van ‘financiële taal’ als producten of productieafspraken. Vorige week een ‘vertaalschema’ aangereikt over ‘de verschillende talen in zorgland’.
Sensemaking: waarom gaat het zoals het gaat?
Vorige week vrijdag heb ik me laten bijspijkeren op het onderwerp sensemaking. Een manier van denken die thuishoort in de school van het sociaal constructivisme. De grote denker is professor Karl Weick, die al in 1979 het boek the social psychology in organizing schreef (een boek wat ik nog steeds zoek). In nederland is de deskundige op dit gebied Leike van Oss van Organisatievragen.nl. Ze geeft op verschillende postdoctorale opleidingen dit college en afgelopen week was ik te gast bij haar in Brummen. Sensemaking gaat over het verklaren van ambiguïteit (tweeslachtigheid) of zoals wikipedia het formuleert: More exactly, sensemaking is the process of creating situational awareness and understanding in situations of high complexity or uncertainty in order to make decisions. It is “a motivated, continuous effort to understand connections (which can be among people, places, and events) in order to anticipate their trajectories and act effectively” (Klein et al, 2006a). Inderdaad, moeilijke materie. Ik ga deze manier van denken gebruiken als ‘bril’ om mijn promotie onderzoek mee uit te voeren. Maar er is nog een hoop werk te verzetten.