Afgelopen zaterdag verscheen een artikel in de Cobouw. Toen ik het toevallig zaterdag online las was ik vooral verbaasd. Na er nog een goed over na te hebben gedacht vind ik het nodig om te reageren. Ik kan me niet vinden in het artikel neem ik hiervan afstand. Voor de publicatie heb ik het stuk niet meer kunnen lezen of erop reageren. Achteraf gezien had ik beter wel kunnen doen. Mijn eerste les is die van prudentie. Dat had ik meer moeten betrachten. Vrijuit spreken en met passie filosoferen over je onderzoeksonderwerp biedt alle ruimte om verkeerd te worden geïnterpreteerd. Tijdens het gesprek heb ik een aantal observaties uit de praktijk, voorzien van een context, toegelicht. Dat ik natuurlijk niet hetzelfde als een wetenschappelijk onderzoek en kan dus ook niet zo worden gepresenteerd. Meningen en feiten moeten duideljk worden gescheiden. In dit geval past mij bescheidenheid en zorgvuldigheid. Leuke quotes en tendieuze uitspraken zijn wellicht goed voor de verkoop, maar niet voor mij.
En oh, ironie. Het ging over de vertrouwensparadox. Dat is meteen mijn tweede les, namelijk vertrouwen. De toezegging: "Ik maak er wel een stukje van" en maar hopen dat het goed komt, kan dus niet. Als je het artikel zo oppervlakkig leest, dan zou je denken dat ik volgende week ga promoveren en al al een reeks publicaties en diepgravende onderzoeken op mijn naam heb staan. Dat is zeker niet het geval. Ik sta nog maar aan het begin van mijn onderzoek en ben bezig het goed afbakenen van het onderzoeks-terrein. Dat kost veel tijd en energie. Het helpt dan niet om op voorhand om je bronnen van je te vervreemden. Toekomstige publicaties ga ik gewoon weer zelf schrijven, zodat ik met verantwoordelijk kan voelen voor de inhoud.
Het onderwerp vertrouwen blijft zweven boven de aanbestedingspraktijk. Waarschijnlijk omdat we intuïtief wel weten dat dit de basis is voor succesvolle samenwerkingrelaties. Maar ja, voor je het weet wordt je beticht van vriendjespolitiek. Dit leidt tot angst en onzekerheid (bij inkopers en leveranciers). En zeker de perceptie van de inkoop- en aanbesteding praktijk in de media is niet bepaald rooskleurig. Niet altijd onterecht, maar succesvolle aanpakken zijn onderbelicht. Uit de feedbackformulieren van het jaarcongres van Pianoo kwam naar voren dat inkopers toch graag meer willen weten over het vormgeven van vertrouwen. Dit was mijn vertrekpunt voor de lunchlezing bij Pianoo. Ik begon met een plaatje van een vrouw die een bungy sprong maakt bij de Oribi Gorge (Zuid Afrika). Het is een metafoor voor de ‘leap of faith’. Je stapt namelijk van een klif af en stort 300 meter naar beneden, voordat je bungy koord je terug laat veren. Dit vereist enorm veel moed en vertrouwen. De mensen van bungy organisatie in de Oribi Gorge moeten dus betrouwbaar zijn. Wouter Stolwijk zag heel iets anders in het plaatje. Hij zag een zwarte man die een blanke vrouw van een klif af duwde. Zo zie je maar weer, verschillende percepties leiden al snel tot onbegrip en wantrouwen. Daarom begonnen we met wat oefeningen in vertrouwen.
Eind augustus 2003 volgde ik een summercoarse Interpersonal Leadership Skills (ILS) bij TIAS. De hoofdspreker van professor F. David Schoorman, een Amerikaan met een Nederlandse achternaam. In 2007 is hij nog
Een actueel thema binnen de aanbestedingspraktijk is de spanning tussen vertrouwen en controle. Dit bleek ook weer uit de feedback van bezoekers aan het jaarcongres van Pianoo 2009. Op 23 juni 2009 geef ik een lunchlezing van 12.30 tot 13.30 in de Malietoren in Den Haag over de spanning tussen vertrouwen en controle binnen de inkoop- en aanbestedingspraktijk. Vanuit een heel ander perspectief zal ik kijken naar de aanbestedingspraktijk en probeer ik vooral de deelnemers aan het denken te zetten.
Goedemorgen meneer, kunt u vertellen hoe laat het is? Jawel hoor, het is 10.08 uur. Shit! Ik ga even bellen, want ik ben een uur te laat. Zomertijd hè? Zomaar een gesprek wat ik vanmorgen in het openbaar vervoer had. Niet iedereen heeft het bericht meegekregen dat afgelopen nacht de klok een uur vooruit gezet werd. Afgelopen week was prof. dr. Domien Beersma van de RUG in het nieuws om te waarschuwen tegen het draaien aan de biologische klok. De overgang zomertijd/wintertijd is ongezond! Hij kondigde aan dat de helft van Nederland zich katterig en onuitgerust voelen, en zullen er zo’n vijf procent meer hartaanvallen optreden dan gemiddeld over de rest van het jaar. Wetenschappelijk onderzoek toont aan dat vooral avondmensen moeite hebben zich aan te passen. ’s Avonds voelen ze zich niet moe, hun biologische klok zegt dat ze nog wel een uurtje of wat op kunnen blijven. De volgende ochtend kijkt hun baas echter niet op hun biologische klok, maar op het kwartshorloge dat hij net een uur vooruit heeft gezet. Dus moeten ze opstaan op een tijdstip dat hun lichaam daar nog helemaal niet op is voorbereid.
Ruim 2 jaar schrijf ik op diverse weblogs over slimmer werken, dynamisch managen en innovatief organiseren. Hoe het toch komt dat nota bene de overheid met beloning en bestraffing prikkels moet komen om de prikklokmentaliteit uit 1900 (ten tijde van Taylor en Fayol) er uit te slaan? Eduard Schaepman, directeur van Regus Benelux, pleit voor acte de présence geven op een netwerkborrel. Want: “Bedrijfsgebouwen zijn niet altijd de meest efficiënte instanties als je productiviteit wilt stimuleren.” (bron mt.nl).
Economie is een sociale wetenschap. De productie, distributie en consumptie van goederen en diensten worden bestudeerd. De basis van economie is niet gebaseerd op bezit of financiële middelen, maar op vertrouwen. En dat is nou precies het probleem. Elke dag stromen de horror berichten over ons beeldscherm. Kredietcrisis links, massaontslag rechts. Het laatste is een normaal gevolg van een economische cyclus (na hoogconjunctuur komt een recessie). De eerste is niet waar. We hebben helemaal geen kredietcrisis. Er is nog nooit zoveel geld beschikbaar geweest in de afgelopen 20 jaar. Door alle nationalisaties en financiële injecties door overheden zwemmen we in het geld. Het probleem is veel fundamenteler. Er is sprake van een institutionele vertrouwenscrisis. Banken en verzekeraars houden elkaar in de wurggreep en willen elkaar onderling geen krediet meer verstrekken. De ‘gentlemen’ komen niet meer tot ‘agreements’. Daarom maakt minister Bos ook zulke curieuze afspraken. De ING moet beloven om 25 miljard Euro extra krediet te verstrekken (ik vermoed dat hier de subprimes uit Amerika mee worden afgerekend). Het systeem moet weer op gang komen, maar daar is het beschikbaar stellen van geld niet genoeg voor. Er is leiderschap voor nodig. Daarnaast moeten we ook eens kijken naar de groter economisch golf (ook wel de Kondratieff cyclus). Het is tijd voor innovatie en herstel van vertrouwen en we staan nog maar aan het begin.
De positie van de topmanagers staat sinds de kredietcrisis in een ander daglicht. Lange tijd kon men zich bezig houden met strategie en groei van de organisatie. Visionaire kwaliteiten en leiderschap stonden buiten kijf. Als de ambities vervolgens niet werden waargemaakt, dan werd er een persbericht uitgedaan of werd dit tijdens een algemene aandeelhouders vergadering gepareerd. De bonussen bleven natuurlijk intact en men ging weer over tot de orde van de dag. Zonnekoning gedrag dus. In het afgelopen jaar is het snel bergafwaarts gegaan met de economische conjunctuur (we hebben nu officieel 2% krimp) en dat is lang niet meer voorgekomen. Topmanagers moeten nu noodgedwongen maatregelen nemen en hun leiderschapskwaliteiten worden voor het eerst echt op de proef gesteld. Vandaag verscheen een persbericht van Booz & company die thema heeft onderzocht. Eenderde deel van de topmanagers is sceptisch of de eigen plannen daartoe wel goed genoeg zullen blijken te zijn. Nog eens 46% van alle respondenten twijfelt eraan of het bedrijf de leiderschapskwaliteiten in huis heeft om de plannen in de organisatie door te voeren, los van het feit of ze de plannen goed vinden of niet. Kortom, fear, uncertainty and doubt. Een groot deel van de topmanagers valt nu dus door de mand.
Op 9 januari was bij de VPRO de eerste aflevering van Heerlijk eerlijk heertje te zien. Raoul Heertje werkt samen met Joris Luyendijk (o.a. presentator van Zomergasten en auteur van het boek ‘het zijn net mensen’) en Derk Sauer (uitgever) al een jaar aan een nieuw soort talkshow over de onechtheid van televisie. Het centrale idee is eigenlijk waarom we de rituelen en toneelstukken dagelijks (niet alleen op tv, maar overal in het leven) met elkaar opvoeren, teneinde ons eigen doelen te bereiken. Wie zit er op te wachten? en wat gebeurt er als we het niet doen? Uiterst boeiende televisie. In de eerste aflevering zaten alle componenten er wel in, maar was het programma erg fragmentarisch (alleen je die-hard fans bleven kijken). De kern van het programma laat zich als volgt samenvatten: Heerlijk eerlijk heertje laat zien hoe we elkaar de hele dag voor de gek houden met zinloze rituelen, toneelstukjes en flauwekul omdat we denken dat dit zo hoort. De onoprechtheid van televisie (en eigenlijk het hele leven) worden genadeloos bloot gelegd. Wij willen laten zien wat er gebeurt als we oprechte interesse tonen in elkaar en stoppen met liegen. Daar kunnen we in het dagelijks leven ook nog wat van leren.